Maandag. Vanuit mijn huis rijd ik in 1 streep naar de oprit van de snelweg. Een rood-wit-gestreept hek en een groot matrix bord vertellen dat de oprit afgesloten is. Een ruime week. Helder.
Naast de rood-witte hekken staat ook een meneer met een felgeel hesje. Er is alleen geen regelwerk nodig…?
Geen idee waarom hij hier staat. Het ziet eruit alsof hij dat zelf ook niet goed weet. Hij leunt op 1 been en kijkt naar niets in het bijzonder.
Aan het eind van de dag staat hij er nog steeds. Hij kijkt naar zijn schoen die tegen een steentje schopt. Auto’s rijden langs hem heen.
Dinsdagochtend De meneer met het gele hesje heeft zijn handen in de zakken. Hij kijkt naar de lucht. Regen op komst.
Ik wil hem iets geven. Naast me op mijn stoel ligt alleen een rol glutenvrije linzencrackers. Geloof niet dat mannen in gele hesjes daar vrolijk van worden. Op de terugweg ga ik iets lekkers voor hem meenemen. Koek! Laat ik vanmiddag een hele lekkere koek voor hem halen bij die ene bakker. ‘s Avonds realiseer ik dat ik het vergeten ben. Suf.
Woensdag Ik zie hem leunen tegen het rood-witte hek, hij staat met zijn rug naar me toe. Maar aan zijn rug kan ik zien hoe zijn gezichtsuitdrukking zal zijn.
Laat ik gewoon even een frietje voor hem halen. Is vlakbij. Als ik bij de snackbar aankom voelt het vrolijke idee ineens toch een beetje gek. Ik ga frietloos naar huis.
Donderdagavond Ik ben aan het koken. Bietjes met pistachenootjes en dille. Ik KAN natuurlijk even iets in een bakje doen en dat met de fiets langsbrengen. 5 minuutjes werk. Maar ik doe het niet.
Waar begint medemenselijkheid en waar begint bemoeizucht?
Vrijdag Ik ga gewoon even zwaaien. Klein gebaar. Als ik mijn hand vrolijk opsteek kijk ik in zijn lege blik. Hij ziet me niet. Mijn zwaai is ook een beetje halfbakken en gauw houd ik beide handen weer aan mijn stuur en mijn blik weer op de weg. Tuttebel.
Vrijdag Ik ben hier nu al paar dagen zoet mee. Wat is dat nou. Ik kan normaal gesproken juist altijd zo goed doorpakken. Bij een tankstation koop ik een blikje cola. Dat ga ik hem geven. Maar nu ECHT-ECHT-ECHT.
Als ik aankom bij de kruising is de meneer met het gele hesje weg. Net als het rood-witte-hek en het matrixbord. De werkzaamheden zijn eerder klaar dan gepland.
Het blikje ligt zwijgend naast me. Ik drink niet eens cola.
– – –
En waarom een blog hierover? Ik kan natuurlijk een bruggetje maken naar mijn werk als kerstboom-ontwerpster. Waarin ik afgelopen week ook onnodig en ontzettend liep te hannessen. Waarin ik koude acquisitie wilde doen. Iets over dat de Tiny-Trees ook als kerstgeschenk kunnen. Ook in piepkleine oplages.
Komende week ga ik die leuke bedrijven en ondernemers echt mailen. Maar nu echt-echt-echt.
Maar nu echt – echt – echt
Maandag.
Vanuit mijn huis rijd ik in 1 streep naar de oprit van de snelweg. Een rood-wit-gestreept hek en een groot matrix bord vertellen dat de oprit afgesloten is. Een ruime week. Helder.
Naast de rood-witte hekken staat ook een meneer met een felgeel hesje.
Er is alleen geen regelwerk nodig…?
Geen idee waarom hij hier staat.
Het ziet eruit alsof hij dat zelf ook niet goed weet.
Hij leunt op 1 been en kijkt naar niets in het bijzonder.
Aan het eind van de dag staat hij er nog steeds.
Hij kijkt naar zijn schoen die tegen een steentje schopt.
Auto’s rijden langs hem heen.
Dinsdagochtend
De meneer met het gele hesje heeft zijn handen in de zakken. Hij kijkt naar de lucht. Regen op komst.
Ik wil hem iets geven.
Naast me op mijn stoel ligt alleen een rol glutenvrije linzencrackers. Geloof niet dat mannen in gele hesjes daar vrolijk van worden. Op de terugweg ga ik iets lekkers voor hem meenemen. Koek! Laat ik vanmiddag een hele lekkere koek voor hem halen bij die ene bakker. ‘s Avonds realiseer ik dat ik het vergeten ben. Suf.
Woensdag
Ik zie hem leunen tegen het rood-witte hek, hij staat met zijn rug naar me toe. Maar aan zijn rug kan ik zien hoe zijn gezichtsuitdrukking zal zijn.
Laat ik gewoon even een frietje voor hem halen. Is vlakbij. Als ik bij de snackbar aankom voelt het vrolijke idee ineens toch een beetje gek. Ik ga frietloos naar huis.
Donderdagavond
Ik ben aan het koken. Bietjes met pistachenootjes en dille. Ik KAN natuurlijk even iets in een bakje doen en dat met de fiets langsbrengen. 5 minuutjes werk. Maar ik doe het niet.
Waar begint medemenselijkheid en waar begint bemoeizucht?
Vrijdag
Ik ga gewoon even zwaaien. Klein gebaar.
Als ik mijn hand vrolijk opsteek kijk ik in zijn lege blik. Hij ziet me niet. Mijn zwaai is ook een beetje halfbakken en gauw houd ik beide handen weer aan mijn stuur en mijn blik weer op de weg. Tuttebel.
Vrijdag
Ik ben hier nu al paar dagen zoet mee. Wat is dat nou. Ik kan normaal gesproken juist altijd zo goed doorpakken. Bij een tankstation koop ik een blikje cola. Dat ga ik hem geven. Maar nu ECHT-ECHT-ECHT.
Als ik aankom bij de kruising is de meneer met het gele hesje weg. Net als het rood-witte-hek en het matrixbord. De werkzaamheden zijn eerder klaar dan gepland.
Het blikje ligt zwijgend naast me.
Ik drink niet eens cola.
– – –
En waarom een blog hierover?
Ik kan natuurlijk een bruggetje maken naar mijn werk als kerstboom-ontwerpster. Waarin ik afgelopen week ook onnodig en ontzettend liep te hannessen. Waarin ik koude acquisitie wilde doen. Iets over dat de Tiny-Trees ook als kerstgeschenk kunnen. Ook in piepkleine oplages.
Komende week ga ik die leuke bedrijven en ondernemers echt mailen.
Maar nu echt-echt-echt.